Ferskil tusken ferzjes fan "Willem IV fan Oranje-Nassau"

fan nl:
(kwpd)
(fan nl:)
[[Ofbyld:Guillaume IV d'Orange-Nassau.jpg|thumb|right|Ofbylding fan Willem IV.]]
 
'''Willem IV Karel Hindrik Friso''' ([[1 septimber]] [[1711]], [[Ljouwert (stêd)|Ljouwert]] – [[22 oktober]] [[1751]], [[De Haach]] yn Paleis Huis ten Bosch), wie [[prins fan Oranje]] en greve fan [[Hûs Nassau|Nassau-Dietz]]. Hy wie de earste erfsteedhâlder fan de Republyk fan de Sân Feriene Provinsjes. Hy wie yn syn dwaan en litten foarnaam, freedsum en minlik minsk, mar hie in soad te krijen mei in swakke sûnens en in fergroeiing fan syn rêch.
== Jeugd ==
Willem Karel Hendrik Friso waard bere yn Ljouwert as soan fan [[Johan Willem Friso fan Nassau-Dietz]] en [[Maria Louise fan Hessen-Kassel]] (Marijke-Meu). De fal fan in hynder, yn 1717 yn de tún fan [[Paleis Soestdyk|de simmerresidinsje]], die efkes foar syn libben frezen.
Willem IV krige mear as de wenstige opfieding fan aadlike bern. De prins studearre oan de [[Universiteit fan Frjentsjer]] en oan de [[Universiteit Utert]]. Willem IV spruts meardere talen (wêrûndr Frysk) en wie ynteressearre yn skiednis; ek yn de fouten fan syn foargeslacht, sa't er syn heechlearaar melde.
{{wurk}}
 
Syn beneaming had veel voeten in de aarde: er waren kapers op de kust, en daarbij zijn de bronnen niet eensluidend; iedere auteur beweert wat anders.<ref>Willem IV zou eerst in 1736 meerderjarig worden. Alle benoemingen waren mogelijk een soort intentieverklaringen.</ref><ref>Volgens Nijhoffs lexicon was Willem IV bij zijn geboorte direct stadhouder van Friesland, volgde Groningen in 1718 en Drenthe en Gelderland in 1722.</ref><ref>Volgens de Oosthoek (1917) werd hij in 1720 in Gelderland, in 1729 in Groningen en 1731 in Friesland benoemd.</ref> Aangenomen kan worden dat hij in november [[1722]] in Gelderland werd benoemd, maar voorlopig had hij daar alleen de titel en de toelage.<ref>Deze toestand duurde tot 1750. Porta, A. (1975) Johan en Gerrit Corver, p. 199</ref> In 1726 werd hem een plaats in de [[Raad van State (Nederland)|Raad van State]] geweigerd door de niet-stadhouderlijke provincies. De ontvangst van de prins drie jaar later in Den Haag was uitgesproken koel. Drenthe en Groningen zouden hem daarentegen in 1729 en Friesland in [[1731]] tot stadhouder benoemd hebben.<ref>Encyclopedie van Friesland (1953)</ref> Vanaf die tijd was hij in feite de hoogste ambtenaar van deze gewesten.
 
== Houlik ==
[[Ofbyld:MarijkeMeumetKinderen.jpg|thumb|260px|Een jonge Willem IV met zijn moeder en zus]]
 
Al in [[1721]] was er sprake van een huwelijk met [[Anna van Hannover]]. De Engelse ambassadeur William Cadogan, de eerste graaf Cadogan, die met [[Munter (familie)|Margaretha Cecilia Munter]] was getrouwd, speelde mogelijk een belangrijke rol. De onderhandelingen voor het huwelijk van Prinses Anna met de Nederlandse vorst zouden twaalf jaar duren. De oorzaak lag grotendeels op het internationale politieke vlak. Na de dood van Koning-Stadhouder William/Willem III, tijdens het [[Tweede Stadhouderloze Tijdperk]], waren Pruisische en ook Engelse diplomaten en juristen druk doende om voor hun vorst aanspraak te maken op de begerenswaardige titel 'Prins van Oranje', met alle hierbij behorende emolumenten en bezittingen.
Toen de nalatenschap van stadhouder Willem III werd geregeld in een geheim verdrag, bekend als het ([[Traité de partage]]) en zowel Willem Karel Hendrik Friso als koning [[Frederik Willem I van Pruisen]] als Prins van Oranje werden erkend, maar de eerste de meeste bezittingen verkreeg - Willem deed afstand van [[Graafschap Lingen]] en [[Vorstendom Moers|Moers]] - en de tweede naar verluidt de meeste schulden, steeg zijn waarde aanzienlijk op de huwelijksmarkt.
Op [[21 oktober]] [[1733]] ging hij voor het Gerecht van Leeuwarden in [[ondertrouw]].<ref>[http://www.tresoar.nl Tresoar - Fries Historisch en Letterkundig Centrum]</ref> Het huwelijk dat gepland was in november [[1733]] werd uitgesteld, omdat de bemoeienissen van zijn toekomstige schoonvader [[George II van Groot-Brittannië|George II]] met de Republiek niet op prijs werden gesteld. Willem werd, mede vanwege alle ophef, ziek en vertrok naar het kuuroord [[Bath (Engeland)|Bath]]. Eerst enkele maanden later was hij voldoende hersteld om in het huwelijk te treden.
 
[[Georg Friedrich Händel|Händel]], die Anna en haar jongere zussen klavecimbel- en muziekles had gegeven, en haar als zijn beste leerling beschouwde, componeerde ter gelegenheid van het huwelijk zijn Serenata ''Il Parnasso in Festa'' (HWV 73), waarvoor delen uit ''Athalia'' (HWV 52) gebruikt zijn. Op [[25 maart]] [[1734]] trouwde het paar in de Franse kapel van het Paleis van St. James. Händel componeerde hiervoor, op een tekst van Prinses Anna (naar twee psalmen), het anthem ''This is the day the Lord hath made'' (HWV 262).
 
In Amsterdam werd het paar op 8 mei 1734 met zó weinig animo ontvangen door burgemeester [[Lieve Geelvinck]], dat het paar al na een half uur besloot om door te reizen naar Leeuwarden.
 
In Engeland was hij door de [[universiteit van Oxford]] met een ere-doctoraat bedacht en trad hij toe tot de [[vrijmetselarij]]. Bij zijn terugkeer in de Republiek ontstonden ook loges in [[Den Haag]] en [[Leeuwarden (stad)|Leeuwarden]]. Zo had hij een eigen hofloge "Antiqua Virtute et Fide" in Leeuwarden.<ref>{{Aut|Kwaadgras, E.}} (2003). ''Overzicht van Loges. Grootoosten der Nederlanden.'' Den Haag:Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. p. 286.</ref> Zijn kok [[Vincent la Chapelle]] was daarbij betrokken.
 
== As steedhâlder ==
[[Ofbyld:StadhouderWillemIV(3).jpg|thumb|''Steedhâlder Willem IV'']]
 
In 1740 brak opnieuw de [[Oostenrijkse Successieoorlog]] uit, waarin Oostenrijk en Frankrijk tegenover elkaar stonden. De Republiek koos in 1747 de kant van Oostenrijk, om zo een bufferzone tussen de Republiek en Frankrijk in stand te houden, waarop Franse troepen de zuidelijke Nederlanden binnenvielen. In enkele weken veroverden de troepen van [[Lodewijk XV van Frankrijk|Lodewijk XV]] de belangrijkste plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen. In paniek werd de prins op 2 mei 1747 benoemd tot Captein-Generaal en [[Stadhouder]] van alle gewesten van de Republiek. Over zijn bevoegdheden kon Willem het na diverse pogingen tot 'promotie' niet eens worden met de Staten-Generaal.<ref>[http://www.nationaalarchief.nl/webviews/page.webview?eadid=NL-HaNA_3.01.22&pageid=N10128 3.01.22 - Inventaris van het archief van Anthonie van der Heim, (1710) 1737-1746]</ref> Zij legden hem een instructie voor die overeenkwam met de [[Unie van Utrecht (1579)|Unie van Utrecht]].
Willem wilde alleen de eed afleggen op de instructie van zijn voorganger [[Willem III van Oranje-Nassau|Willem III]].
 
Op 11 mei 1747 deed de prins zijn intrede in Amsterdam. Ter begroeting waren niet alleen de burgemeesters, maar ook alle predikanten aanwezig. Wie geen oranje droeg liep de kans in de gracht gegooid te worden. Zelfs de paarden en ook de ossen op weg naar de slager waren ermee versierd.<ref>{{Aut|Evenhuis, R.B.}} (1974): ''Ook dat was Amsterdam'', deel IV, p. 282.</ref> In november van datzelfde jaar volgde verheffing tot [[erfstadhouder]] van de Republiek, waarbij ook de opvolging in vrouwelijke lijn werd geregeld, want Willem IV had toen enkel een dochter. Hiermee kwam een eind aan het [[Tweede Stadhouderloze Tijdperk]]. De organisator was de porseleinverkoper [[Daniël Raap]], een gematigd [[Doelisten|Doelist]], die de Oranjegezinde bevolking mobiliseerde.
 
In 1748, enkele maanden na de geboorte van zijn zoon Willem Batavus, ontstond het [[Pachtersoproer]]. Raap, die zich verzette tegen de regenten - van oudsher tegenstanders van een rol van de Oranjes in het Nederlandse staatsbestel - overlegde diverse malen met de prins en zijn vrouw. In veel steden werden diverse burgemeesters en vroedschapsleden vervangen. Omstreden was zijn benoeming van de Groningse jonker [[Rudolf de Mepsche]] tot [[drost]] van [[Westerwolde]].<ref>Als [[grietman]] was deze in 1732 (?) in zijn rechtsgebied verantwoordelijk voor de vervolging, marteling en executie van 22 mannen op beschuldiging van [[sodomie]] of [[homoseksualiteit]].</ref>
 
[[Ofbyld:GezinStadhouderWillemIV.jpg|thumb|right|260px|Willem IV met zijn vrouw en kinderen, kort voor zijn overlijden]]
 
Zijn belangrijkste raadgevers waren graaf [[Willem Bentinck|Bentinck]] en [[Mattheus Lestevenon]]. In de nieuwe [[regeringsreglement]]en kreeg de erfstadhouder meer invloed op de benoemingen. Veel afgezette vroedschapsleden kregen echter na verloop van tijd hun zetel terug. Een besluit dat hem niet in dank is afgenomen; de positieve stemming onder de bevolking jegens de prins sloeg volledig om, volgens [[Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern]] in een brief aan zijn nicht [[Maria Theresia]].
 
Willem kreeg te maken met een teruglopende economie. Een poging de handel op te beuren door het instellen van een vrijhaven, liep door tegenwerking van de admiraliteitscolleges op niets uit. De bankier [[Thomas Hope]] en de politiek econoom [[Isaac de Pinto]] beloonde hij met respectievelijk een functie in de [[West-Indische Compagnie|WIC]] en [[Vereenigde Oostindische Compagnie|VOC]].
 
Willem IV stelde veel belang in een aanstelling van [[Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern|Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel]] toen zijn gezondheid hem steeds meer parten speelde. Anna van Hannover nam de lopende zaken over. Willem IV stierf op 22 oktober 1751 in Den Haag na een kuur in [[Aken (stad)|Aken]]. De teraardebestelling vond plaats op 4 februari 1752 in de [[Grafkelder van Oranje-Nassau|grafkelder van de Oranjes]] te Delft. De erfstadhouder werd opgevolgd door zijn dan drie jaar oude zoon. Anna van Hannover nam de landszaken waar tot 1759; Friesland benoemde haar schoonmoeder [[Maria Louise van Hessen-Kassel|Marijke Meu]], die de functie van regentes uitoefende tot 1765.
 
== Bern ==
Uit het huwelijk van prins Willem en prinses Anne werden de volgende kinderen geboren:
 
* twee naamloze kinderen in ([[1736]]), ([[1739]]),
* [[Carolina van Oranje-Nassau|Wilhelmina ''Carolina'']] (1743-1787), gehuwd met [[Karel Christiaan van Nassau-Weilburg]],
* [[Anna van Oranje-Nassau (1746)|''Anna'']] (1746),
* [[Willem V van Oranje-Nassau|''Willem'' Batavus]] (1748-1806), de latere Erfstadhouder Willem V, gehuwd met [[Wilhelmina van Pruisen (1751-1820)|Wilhelmina van Pruisen]] (1751-1820).
 
== Ferskaat ==
Om 1750 zou Willem bij een onbekende vrouw ene Willem Hendrik van Nieuwkerke (overleden in 1820) hebben verwekt.{{feit||2009|09|17}} Gezien de vermeende impotentie (die zou zijn veroorzaakt door [[fimosis]] of voorhuidsvernauwing, waardoor hij niet tot geslachtsgemeenschap in staat was) van Willem IV en de treffende gelijkenis wordt als natuurlijke vader van Willem V ook genoemd: [[Douwe Sirtema van Grovestins]] (1710-1778).{{feit||2010|02|21}}
 
== Keppeling om utens ==
* http://www.herenvanholland.nl/eigenaar.cfm?eigenaarnummer=124
 
<references/>
 
 
{{stobbe-skiednis}}
[[Ofbyld:Logo Kwissipedy.png|thumb|right|30px|''[[Kwissipedy|>]]]]
[[Kategory:Greve fan Nassau]]
56.977

bewurkings